Joost Zwagerman - Zes gedichten (voorpublicatie)

Joost Zwagerman - Zes gedichten (voorpublicatie)


Op 26 januari wordt de postume dichtbundel Wakend over God gepresenteerd. Met dank aan de collega's van Hollands Diep publiceer ik hier enkele gedichten voor uit deze verpletterend mooie bundel.

 

CONTACT

Iemand belt mij telkens op, zegt niets,
vaag hoor ik een verre ademtocht,
het kan de mijne zijn, maar ook die
van de ander, die hardnekkig zwijgt.
Ik leg weer op. Ben nu een man
die vreemde telefoontjes krijgt.

De display toont een nummer
met de code van een land dat ik niet ken.
Ik toets terstond, een voicemail klinkt.
‘Hallo met God, Ik ben er niet.
Laat naam noch boodschap achter,
Ik bel nooit terug. Leef rustig verder,
wacht desnoods tot piep, maar zwijg.’

Prompt word ik door de beller toch teruggebeld.
Weer hoor ik niets, hooguit die vage adem.
Ik ben de man die stil zijn hartslag telt.

Ooit bel ik Hem terug en zeg dan
wél iets na de piep. Dat doe ik niet meteen.
Ik wacht tot ik een geheim nummer krijg.

Die dag is nu, contact is hier. Ik toets
het nummer in. Krijg geen gehoor. Hij was me
voor. Hij heeft mijn nummer ingesteld.

 

TIEN

Tien Geboden zijn het maar.
Goedbeschouwd niet eens zoveel.
Op twee tafelen, ooit stukgegooid,
daarna ingekerfd door Gods hand.


Poëzie: het nooit toereikende gebaar.
Gods zinnen die ik onmachtig streel.
Pas wanneer mijn as wordt uitgestrooid
voelt God mijn diepste binnenkant.

 

DOOD

God, Die eenzaam is,
Zichzelf verafschuwt,
in een impuls zelfmoord pleegt,
omdat Hij Zijn aanstaande
schepping vreest.

God, in één keer dood door eigen hand.
Dat moet de oerknal zijn geweest.

 

PLICHT

Er zijn zo van die dagen
Dat God, droef te moede,
niet meer in mij gelooft.

Maar heeft Hij daar ook
reden toe? Kijk om je heen.
Een roedel rare voetbalhooligans,
barre volkstuintjes, nare scholen
waar men het kind verkeerde
sommen leert, een nijdig strovuur,
uitbreidend tot wereldbrand.

In deze noodtoestand
ben ik Hem niet van nut.
Wat moet Hij ook met mij? Worstelend
met mens en ding heeft Hij
wel iets anders aan Zijn hoofd.

Wat en wie heeft Hij ter beschikking?
Er staan een politiemacht, vijf schoffels
en drie harken, beter onderwijs
en een brandweerkorps op Zijn repertoire.
Dat is wat magertjes. Hij had iets
meer, een Eeuwig Licht, beloofd.

Dat Hij mijn bestaan intussen flink
betwijfelt, maakt het er niet beter op.
Met lede ogen zie ik krachteloos
onmachtig Zijn besluiteloosheid aan.
Ik verzaak, en prompt stokt ook God.

De leegte vonkt, de wereld dooft. Geen
wonder dat Hij soms niet in mij gelooft.

 

HIER

Al met al stelt de schepping
niet zo heel veel voor.

Een uit Gods hand gevallen
ansichtkaart, een onnauwkeurig schilderij,
een onduidelijk beduimeld formulier,
meer is de schepping niet.

Waarom dan toch naar sterren reiken,
waarom graaft in miljoenen tuinen
een en dezelfde mol zich naar omhoog?

Zo mompel ik en mompelt met mij
heel de mensheid, zonder oog voor
portokosten, textuur van verf,
de duimafdrukken op het formulier.


De schepping is al tijden door
God in de steek gelaten, bestaat
niet meer, hooguit nog hier.

 

BESTAAN

Nochtans belijd ik
dat ik, tegen de klippen op,
uiteindelijk in Hem geloof.

Zijn grootste en finale wapenfeit:
Hij is er niet.
Hij is alomvattende
afwezigheid.

Erg is dat niet.
Ik ben er evenmin.

Dat schept een band.
In Zijn voldongen vacuüm
houdt Hij zich uit de aard der zaak
en uit principe blind en doof.

Dat is verdrietig:
men verlangt naar Hem.

Toch is Hij hier.
Dagelijks staat Hij in mij op.
Men ziet dat niet.

Ik kan daar niets aan doen.
Het is Gods rotstreek in een notendop.
 

Wakend over God verschijnt op 26 januari bij Hollands Diep.

Gepost op: 2016-01-23 in: boeken

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts