Jan Cremer & La Guerre Japonaise: het schilderij van 1 miljoen

Jan Cremer & La Guerre Japonaise: het schilderij van 1 miljoen


"Er moet iets nieuws komen: het grote, het waanzinnige. Wij zullen de onmacht drinken uit de schedels van de halfzachten. We hebben genoeg van hun gevoelige composities, hun verfijnde kleurengamma's, het is allemaal rotzooi, estetika.''

 

 

Zo betrad Jan Cremer de arena van de Nederlandse kunstwereld, in 1959, met barbaarse schilderijen en een pamflet (geschreven in samenwerking met Hans Wesseling): Op beschadigde poten lopen, dat verscheen ter gelegenheid van de Cremer-tentoonstellingen in Galerie Cinq Mouches te Amsterdam en Galerie ‘t Venster te Rotterdam anno 1959. Jacques Gans in De Telegraaf van 5 september 1959 over deze expositie: ‘Dit “woeste beest”, de barbaar Cremer, slaagt er niet in mij te doen geloven, dat hij zo heet gegeten moet worden als zijn mede-barbaarse schrijver Wesseling hem belieft op te dienen. En hij blijkt nog een heel praktisch bij de tijds oog te hebben voor de waarde van de publiciteit, want zijn bij het manifest gevoegde uitnodiging voor zijn tentoonstelling in de ook al bijzonder burgerlijke “Vijf vliegen” vermeldt, dat de dranken van de Nederlandse Wijnkoperij te Amsterdam zijn’. Van 6 augustus 1960 tot 27 augustus 1960 toonde een toen 20-jarige Jan Cremer zijn meesterwerk "La Guerre Japonaise" ook wel bekend als het schilderij van 1 miljoen ("de prijs was ook niet zo moeilijk te onthouden", aldus JC), in de Pulchri Studio te Den Haag, georganiseerd door "De Haagse Salon".  

 

cremer kunstkring
(Collectie OvG)  

 

De kranten spraken er, vanzelfsprekend, schande van.  

 

Cremer salon krant ad
(Collectie OvG)

 

La Guerre Japonaise is al meer dan 50 jaar een van de meest beroemde, beruchte, en onverkochte schilderijen van Nederlandse makelij; tot deze maand, want Museum De Fundatie in Zwolle verwierf het werk. Waarom werd het niet eerder verkocht? Ik vroeg Jan Cremer om opheldering. "Er zijn door de jaren heen, in ruim een halve eeuw, natuurlijk veel geïnteresseerden geweest om dit doek aan te kopen.  Het is per slot van rekening mijn entree in de internationale kunstwereld en gemaakt vier jaar voor Ik Jan Cremer. Nederlandse musea en grote verzamelaars toonden interesse, en ook vanuit het buitenland hebben ze zich gemeld. In perioden van diepste ellende en grootste armoede heb ik diverse aanlokkelijke aanbiedingen gehad, maar altijd heb ik me aan  de prijs vastgehouden die ik al in 1960 had bepaald, want voor minder wilde ik het doek niet kwijt. Die prijs was ook niet zo moeilijk te onthouden, weetjewel. Dat wilde ik er voor hebben, en geen cent minder. Voorwaarde was ook dat het doek in Nederland en zichtbaar voor iedereen moest blijven.Het is dan ook logisch dat  het doek in Zwolle thuishoort. Al begin 1960 kocht de Provincie Overijssel mijn Peinture Barbarisme-doeken dus hoort La Guerre Japonaise in die collectie." Cremer maakte echter één uitzondering: voor het koninklijk huis. In 1962 bood hij hare majesteit Koningin Juliana en Prins Bernhard het werk aan, bij wijze van zilveren huwelijksgeschenk:  

 

cremer koningin 1
(Collectie OvG)  

 

Van dit royale aanbod wordt door het vorstenpaar echter geen gebruik gemaakt. In 1964 schrijft Cremer het paar opnieuw aan, maar de toon van het epistel is nu van joviaal opgewekt omgeslagen naar ironisch deemoedig. Hij meldt Juliana en Bernhard dat hij zeer teleurgesteld is dat hem geen lintje is toegekend ondanks zijn grote verdienste voor de Nederlandse cultuur, dat hij het betreurt geen antwoord te hebben gekregen op zijn genereuze aanbod inzake La Guerre Japonaise, en meldt en passant dat hij in de toekomst niet meer voor een lintje in aanmerking wenst te komen (JC zou veel later alsnog een onderscheiding ontvangen).  

 

cremer koninging 2
(Collectie OvG)

 

La Guerre Japonaise! Een iconisch werk, een meesterwerk, Cremer's Guernica: 5 meter 60 breed, 1 meter 60 hoog. Het doek is, zo schrijft Nick Muller in HP/De Tijd, "een weerslag van de vele verhalen die hij tijdens zijn verblijf in een tehuis voor Indische spijtoptanten in Scheveningen heeft gehoord. Over de kampongs, de jappenkampen, en alle ontberingen die men daar heeft moeten doorstaan. Figuurlijk omdat de schilder altijd in gevecht is met het doek; met branders, teer en verf ging hij het te lijf... Die gestolde woede, dat statische geweld, voel je nog steeds als je er naar kijkt. De dikke klodders teer en verf zijn een fysieke uiting van de innerlijke woede en onrust van de schilder – zoals al zijn werk een fysieke uiting is van woede."  

 

(Armando, Betty van Garrel, JC en Cornelis Bastiaan Vaandrager, in 1964)  

 

Max van Rooy schreef een prachtig artikel over Cremer en La Guerre Japonaise, in NRC Handelsblad in 2001, naar aanleiding van een weerzien met het werk (hij zag het al in 1960, in een jazzclub in Den Haag), in het Haags Gemeentemuseum, veertig jaar later. Een citaat:   "In 1942 overleed zijn vader. Op vijfjarige leeftijd, in 1945, verloor zijn moeder de ouderlijke macht. Daarna ontsnapt hij voortdurend aan de tehuizen en pleeggezinnen die hem trachten op te voeden. Op zijn veertiende reist hij naar Parijs en komt terug met twee abstract beschilderde hardboardpanelen die vooral rode tekens dragen. Rood zal zijn beeldende kunst blijven beheersen. Ook het vijfluik ontkomt er niet aan, te beginnen bij de rijzende zon in het meest linkse paneel. Het verzadigde, Japanse rood van de gelakte wandbekleding sluit een bijna mystiek verbond met het gewelddadige rood van Cremers Japanse oorlog. Terwijl een restaurateur een druppelvormig stukje rood gekleurd gips zorgvuldig teruglijmt ergens onderaan in het explosieve beeld waar niemand het ooit zal hebben gemist, vertel ik Cremer over mijn eerste ontmoeting met La guerre Japonaise. Hij lijkt het niet te horen, vat het op als aanmoediging om te vertellen hoe hij het doek geschilderd heeft. "Teer, pek'', zegt hij met die neusklankstem, "veel teer, daar ben ik mee begonnen. Dat lekt op den duur mooi dramatisch door de verf heen.'' Hij loopt naar de rechterkant van het schilderij en neemt met zijn bonkige gestalte de wijdbeense houding aan van een frontsoldaat die op heuphoogte een mitrailleur leegschiet. "Hier heb ik de brander gebruikt. Mooi hè, bijna door-en-door geblakerd.'' Het resultaat is inderdaad huiveringwekkend mooi. Ik geloof waarachtig dat La Guerre Japonaise het meest indrukwekkende schilderij is dat Jan Cremer ooit heeft gemaakt."   Cremer zei er later ook dit over: “Dit schilderij heeft letterlijk in brand gestaan. Net als de wereld... Schilderen is oorlogvoeren.”  

 

cremer voor la guerre

 

Maar nu is het werk dan toch verkocht, aan Museum de Fundatie, samen met zeven andere werken, maar het klapstuk is en blijft 'het schilderij van 1 miljoen'. Fundatie-directeur Ralph Keuning over de aanwinsten: “Cremer is één van de belangrijkste Nederlandse naoorlogse schilders. Zijn werk moet zichtbaar zijn voor iedereen. Met deze schilderijen heeft Museum de Fundatie de beschikking over een sterk cluster. De Fundatie zal Cremer tonen in een internationale context met onder andere werk van Appel, Jorn,  Saura en Chadwick.  Het is een mijlpaal voor de Fundatie”  

 

 

Gaat het zien, mensen, de tentoonstelling "Cremer in Verf: 1954-2014" is verlengd tot 29 augustus 2015!

Gepost op: 2015-07-11 in: kunst

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts