Er moet iets kapot: over Enige defecten van Robert Loesberg

Er moet iets kapot: over Enige defecten van Robert Loesberg


‘Er moet iets kapot,’ prevelde hij met zijn handen nog in de zakken. ‘Doet er niet toe wat.’ 

De tijd staat vrijwel stil in Enige defecten, de roman in zeven verhalen waarmee Robert Anton Loesberg (Rotterdam, 1944 - Den Haag, 1990) in 1974 bij De Arbeiderspers debuteerde. R.A. Loesberg creëerde in elk van de zeven episodes (verhalen) een afsplitsing van zichzelf, die telkens in een volgende levensfase belandt. Maar of de hoofdpersoon nu Robbie, Robert-Anton, Robert, Bob, R.A., Ton of R. Loesberg heet, elke episode blijkt zich (toch) weer in de zomer van 1968 af te spelen. Zo wordt de ouder wordende Loesberg als het ware door de tijd verzwolgen.

Het onzekere jochie Robbie uit het eerste verhaal is vervuld van haat tegen de muffige volwassenen waarmee hij een busreisje maakt. In het tweede verhaal is hij opgegroeid tot een jonge, weinig gedreven student weg- en waterbouw. Vervolgens is hij een twintiger die ambieert schrijver te worden, al realiseert hij zich maar al te goed dat rond het zogenaamd vrijgevochten schrijversleventje een valse romantiek hangt. Een decennium later trouwt hij, begint zijn eigen bedrijfje en wordt zelf de burgerman die hij als kind verafschuwde. Hij heeft een zoon van wiens liefde voor popmuziek hij niets begrijpt, van zijn vrouw voelt hij zich evenzeer vervreemd, ook al weet hij dat hij weinig reden heeft om zich boven anderen verheven te voelen. In het laatste verhaal isLoesberg een bejaarde, eenzame weduwnaar geworden, met lichamelijke kwalen en afhankelijk van de hulp van anderen.

Enige defecten kende een tumultueuze ontvangst; met name door Gerrit Komrij, die zich verwant moet hebben gevoeld met Loesbergs ‘rage against the machine’ (in de woorden van de zanger van de gelijknamige band, Zack de la Rocha, stond die machine voor ‘van alles, van de politie in L.A. die automobilisten uit hun auto sleuren, tot moes slaan en hiermee wegkomen, tot het internationale kapitalistische mechanisme dat je tot een hersenloze plant vormt zonder echt na te denken over het systeem en van weekend naar weekend leeft.’) waarbij we in het geval van Loesberg eerder over een conservatieve blik op het leven dienen te spreken dan over een gevecht tegen het systeem.

Komrij was lovend in 1974 in Vrij Nederland, en deze alinea uit zijn recensie is veelzeggend: ‘Misantroop: Loesberg, zoals de hoofdrol heet, “bestudeert de mensen op hun negatieve eigenschappen”, hij hoont en vernedert ze in gedachten om zich enigszins te kunnen handhaven onder hun verpletterende, misselijkmakende aanwezigheid. Een eenvoudige vrouw die haar mond opent om een poedertje in te nemen, wordt bij hem: “Zij vouwde aan een zijde in het papier een soort schenktuit en opende haar dierlijke bek. Een slijmdraad tussen haar lippen werd steeds dunner om ten slotte te knappen. Een heel licht koorddansertje, dacht Robbie poëtisch, om zijn aandacht van de gapende reet af te leiden, zou heel even heel snel hebben kunnen overlopen. De vrouw zette het papiertje aan haar onderlip en tikte de poeder op haar tong. Als je met je schep op het strand in een dode kwal slaat, splijt die precies zoals haar mond open, dacht hij.”’

En Komrij vervolgt: Destructief: Loesberg is zijn leven lang bezig met dagdromen over wat hij met mensen uit kan halen: ze ietwat roosteren, ze hier en daar verminken, ze een bescheiden duwtje geven aan de wallenkant. Ook wil hij wel enkele minuten met een mitraillette op het werkvolk schieten, niet belangeloos, zoals wel eerder vertoond werd, maar uit haat, fysieke afkeer. Ja, dat schieten wil Loesberg zelfs als hij in de roman een bijkans tachtigjarige opa geworden is. Wat dat betreft blijft opaatje fris. “Wat is het van zo’n Hitler goed te begrijpen dat hij de zwakke broeders, die hij in zijn pseudobohemien bestaan leerde kennen en aan wie hij zelfs wel enige dank verschuldigd was voor bewezen diensten, niets anders wilde aandoen dan afmaken, uitroeien, weg.”’

De fameuze Komrij-quote (‘Enige defecten is een weerzin wekkend boek. Het is een walgelijk, reactionair produkt, met een eigenwijze etter in de hoofdrol, misantroop en destructief. Ik kan het u van harte aanbevelen.’) zette in 1974 de toon voor de receptie van deze feel bad novel.

Loesberg deed ertoe.

Robert Anton Loesberg schreef Enige defecten toen hij een eind-twintiger was: een aankomend schrijver die het artistieke en literaire milieu van zijn geboortestad Rotterdam goed kende. Hij had er aan de kunstacademie gestudeerd, had rondgehangen in schrijvers- en kunstenaarskroegen zoals De Fles en Pardoel, en hij was midden jaren zestig verschillende malen door Europa gereisd (onder andere met Rien Vroegindeweij, die hij genadeloos zou portretteren in Een eigen auto), enthousiast over de antiautoritaire jongerenbewegingen die overal op het continent de kop opstaken.

Hij verloor echter al gauw het geloof in de gehoopte revolutie en wilde niets meer van provo’s, hippies en andere alternatievelingen weten. Hij koos eind jaren zestig en begin zeventig voor een persoonlijk isolement, om zijn reeds langgekoesterde ambitie om schrijver te worden te verwezenlijken. Dat hij Enige defecten uitgerekend in 1968, het jaar waarin de vele vernieuwingsbewegingen van de jaren zestig zich het sterkst manifesteerden, liet spelen is veelzeggend. In dat jaar werd ook zijn dochter geboren. Loesberg moet zich rond deze tijd gerealiseerd hebben dat hij, ondanks zijn nageslacht, een eenling was die zich, binnen een wereld die in rep en roer was, met geen enkele bevolkingsgroep kon identificeren.

Er was alleen zijn schrijverschap.

Na Enige defecten leverde dat nog één boek op: het genoemde Een eigen auto uit 1977, eveneens verschenen bij De Arbeiderspers. Opnieuw een reeks van zeven verhalen, met een personage genaamd Loesbergin de hoofdrol.

Beide boeken (maar vooral Enige defecten) werden geprezen om hun bijzonder rijke en krachtige taalgebruik. De rauwe mensenhaat die eruit sprak (Enige defecten is een boek vol haat, haat tegen alles en iedereen, en dan in het bijzonder tegen vrouwen, kinderen, ouders, domme mensen en bejaarden) maakte indruk maar riep ook scherpe afkeuring op. Een commercieel succes waren Loesbergs boeken ook al niet.

Zelf zei hij dat hij een realist was die de mensen slechts een spiegel voorhield.

Na ernstige tegenslagen in zijn privéleven, en lichamelijke en psychische problemen, kwam Loesberg in een isolement terecht en takelde af. Naar de buitenwereld toe bleef hij zijn rol als zelfverzekerd schrijver spelen; hij had niets anders, hoewel er weinig meer uit zijn pen kwam.

Eind 1990 overleed hij, op 46-jarige leeftijd.

Robert Loesberg liet een klein, uniek oeuvre na, waarin hij zijn alter ego’s door de zowel voortgaande als stilstaande tijd vermalen liet worden. Zo bekeken hadden de laatste episodes uit Enige defecten over zijn oudere afsplitsingen een profetisch karakter. Ook al heeft Loesberg, die daarmee zijn eigen toekomst leek te willen voorspellen, die leeftijd nooit bereikt. Jong of oud, de eenlingen in zijn werk overschreeuwen hun angst voor het leven door alles wat vals is te haten. Ze weten zich niet goed raad met zichzelf, binnen een wereld die razendsnel verandert zonder progressie te boeken.

Was het angst voor het leven, of angst voor de dood en de bijbehorende aftakeling die Loesberg maakten tot wie hij was? Het leek erop dat het leven bestreden moest worden, of dan toch in ieder geval de negatieve uitwassen van dat leven, tot de dood er op volgt.

Er is ons – schrijvers van dit nawoord – veel aan gelegen dat het schitterende oeuvre van deze unieke auteur opnieuw recht wordt gedaan. Bij verschijnen van Enige defecten bleef de achterkant van het boek leeg, geen foto van de auteur, geen flaptekst, geen ronkend uitgeversproza. Leegte alom, en ook voorkant van het boek blonk niet uit door uitbundige vormgeving: de al evenmin opbeurende titel, en slechts de achternaam van de auteur waren vermeld, Loesberg, die wij nu, 36 jaar later, van voornaam voorzien. En van een auteursfoto, een flaptekst, en ronkend uitgeversproza, want wij willen dat u dit boek leest, tot u neemt, meester maakt.

Daarom zeggen wij: ‘Leescht dat boek!’

Erik Brus en Oscar van Gelderen, nawoord bij de heruitgave van Enige defecten, verschenen bij Lebowski Publishers, in 2012.

Gepost op: 2015-06-14 in: boeken

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts