Brieven uit Genua (speech Erik Jan Harmens)

Brieven uit Genua (speech Erik Jan Harmens)


Lieve Ilja,

In mei vorig jaar introduceerde Randstad, de wereldwijd opererende uitzendorganisatie, een nieuwe reclameslogan. En die slogan luidde: ‘Randstad. Worden wie je bent.’ En ‘Worden wie je bent’, dat is ook het motto dat letterlijk en bij voortduring voorkomt in ‘Brieven uit Genua’, jouw nieuwe roman, of is het toch een brievenboek, een soort-van-maar-ook-weer-niet-echt vervolg op dat om onbegrijpelijke redenen niet met de AKO Literatuurprijs bekroonde meesterwerk ‘La Superba’. 

Worden wie je bent, schrijf je, is een opgave. Terwijl het in de letterlijke betekenis niet al te ingewikkeld zou moeten zijn. Je wordt wakker, staat op, en gaat een beetje voor je uit staan respireren. Dan ben je wie je bent. Je hebt geen clownsneus opgezet, hebt jezelf geen Surinaams accent aangemeten, je bént Ilja Leonard Pfeijffer.

Maar zo eenvoudig is het niet, want jij hebt het over worden wie je bent in de literaire zin. Je wilde een autobiografie schrijven, maar dan ook écht een autobiografie. Je wilde uitkomen in de legendarische Privédomein-reeks, maar dan moest het ook écht een een persoonlijke, niets-verhullende getuigenis zijn. Zoals je jezelf ooit ook niets verhullend, dus gewoon helemaal in je blote niksie, liet fotograferen voor op de achterflap van je Verzamelde Gedichten, waarbij je ook nog niet eens, zoals de ware profs plachten te doen, de boel even een beetje had voorgetrokken, zodat je apparaat in maximale slappe staat vereeuwigd zou worden. In plaats daarvan bleef ie nu bescheiden in zijn huisje.

Je wilde een van kaft tot kaft eerlijk boek schrijven en omdat jij nu eenmaal samenvalt met je personnage, 1+1=1 zeg maar, moest je dus ook een volkomen eerlijk leven leiden. Volkomen in dienst van het boek leefde je ‘uitsluitend nog op papier’. Je huilde wanneer het paste in de compositie. Wanneer de compositie dat vergde, zou je huilen in het echt.

Door alles wie jij bent en alles wat jij hebt beleefd en allen die jij kent en hebt gekend op papier te zetten, heb je jezelf als het ware naar een cloud geüploaded. Nu bestá je, voor altijd, en er zijn duizenden backups van je gemaakt, ze zijn hier vandaag gewoon te koop, zowel in gelijmde als ingenaaide edities. Als een hardnekkige vlek ben je onverwijderbaar geworden.

In ‘Brieven uit Genua’ vertel je alles en verzwijg je niets. Dat was de opdracht en dat is het resultaat. Mission accomplished. Als een mastino napoletano in het zicht van een chihuahua, ben je losgegaan. En het is zowel een relevatie als een revelatie om zoveel onbespoten waarheid en werkelijkheid als lezer tot je te nemen. Al die echtheid is, temidden van al die nep waar we het normaal gesproken mee moeten doen, soms bijna niet te verdragen, als in je smoel schijnend licht. Er is zo’n liedje dat gaat van: I’ve been down so long, it looks like up to me. Bij het lezen van ‘Brieven uit Genua’ gebeurt iets vergelijkbaars: wat je schrijft is zo helder, het lijkt wel troebel.

Want wat moét je, als lezer bedoel ik? Ik werd onder meer deelgenoot van jouw zorgen om de gevolgen van al deze niet-gedelete woorden. Soms sloeg ik tijdens het lezen mijn hand voor mijn mond, en fluisterde ik: ‘neeeeeeee’. En meteen daarna toch ook weer heel erg het tegenovergestelde. Ik overwoog om een mailtje te sturen naar iljapfeijffer@hotmail.com om je bij wijze van bijstand de naam door te geven van een topadvocate, die ik trouwens nog een keer heb klaargerimd in een lift op weg naar een of andere powerpointpresentatie, alleen heb ik haar beloofd daar niks over te zeggen, en daar hou ik me ook aan. (Ze staat daarachter ergens.)

In ‘Brieven uit Genua’ worden we met naam en toenaam bijgepraat over letterlijk álle vrouwen waar je het bed mee hebt gedeeld. Ik heb ze gegoogeld, ze bestaan écht. Bij wijze van factchecken heb ik er steekproefsgewijs een paar opgebeld en zodra ik aankondigde waarover het ging drukten ze me zonder pardon weg.

We lezen ook uitgebreid over de voorstellen aan je accountant om je recentelijke, ietwat uit de hand gelopen jaarinkomsten over meerdere jaren uit te smeren, ‘middelen’ noem je dat, dan wel om je gehele collectie gebruikte Moleskine-opschrijfboekjes door iemand met een roze bril te laten taxeren en vervolgens aan een of ander letterkundig museum cadeau te doen, om vervolgens de getaxeerde waarde van die ruimhartige schenking af te trekken van de rond Sint Juttemis te betalen inkomstenbelasting, en bij wijze van bijkomend voordeeltje ook nog eens beschuldigd te worden van filantropie.

Even een vraagje tussendoor, Ilja: hoe is het trouwens met je reet? Want daar schrijf je ook over, over een abces rond je anus, dat op een gegeven moment openbarstte en ging ontsteken, waarna het pus en bloed langs je dijen stroomde, terwijl je op zijn hondjes op doorweekte uitgevouwen kranten had plaatsgenomen, zodat de behandelend arts, een Syrische vluchteling, helemaal ARBO-proof te werk kon gaan. Het is een beeld dat mij deed denken aan scenes uit de film ‘Platoon’, zeker toen je, en nu parafraseer ik, op handen en knieën, lekkend uit je reet als een loopse teef, een enorme lap gaasverband in je aars kreeg gepropt.

Je moest deze scene, waar normaal gesproken een gordijn voor wordt dichtgetrokken, niet alleen schrijven, maar ook publiceren. Verzwijgen zou van bedrog getuigen. Alsof je verslag doet van de oorlog in Vietnam, maar de napalm verzwijgt.

Ergens op driekwart van het boek vind je dat het de kwaliteit van ‘Brieven uit Genua’ ten goede zou komen als er een wending zou plaatsvinden, als er een climax zou volgen, een ontknoping. Je bent toen op een terrasje tegenover je huis geduldig gaan zitten wachten op de personificatie van die ontknoping, en daar was ze al: Stella, met de S van ‘si’. Zij kwam je werkelijke leven binnenwandelen, en daarmee ook dit boek. Jouw liefde voor haar, als deuteragonist (dat woord moet u maar even googelen), maar nog véél meer als geliefde, was zo groot dat je haar alleen nog maar wilde vasthouden, wat het tegenovergestelde is van loslaten.

Maar om haar te mógen vasthouden, moest je stoppen met drinken. Ook wel een beetje vanwege dat abces in je reet, maar vooral omdat jouw drinken Stella bang maakte. En iemand die bang voor je is kun je niet vasthouden. Althans, niet op vrijwillige basis. En dus stopte je met drinken, wat alleen al een prestatie is vanwege het feit dat de naam Stella ook een biermerk is.

‘De grote dichter,’ schrijf je, ‘is verliefd, klein en kwetsbaar geworden. Hij is net een mens, Hij is bang, maar gelukkig. Hij voelt. Hij is net geboren.’

Na het voltooien van ‘Brieven uit Genua’ leef je niet meer uitsluitend op papier. Na het verschijnen van deze autobiografie ben je van personage tot mens verworden. Je bent herboren en net als in de reclame van Randstad, geworden wie je bent.

Ilja. Met de I, van ‘si’.

En ik feliciteer je, ik feliciteer je met je eigen geboorte. Ik feliciteer je met het voltooien van deze beproeving, met je unieke talent om het ware leven in woorden te vangen, ik feliciteer je met deze gilletjes ontlokkende outperformance, met deze heerlijke spijkerbom geworpen in het hoenderhok van de Hollandse literatuur. Ik feliciteer je met het feit dat je na ‘Brieven uit Genua’ ook als schrijver opnieuw kunt beginnen. Vandaag, op 3 maart 2016, na pak ‘m beet 20 jaar schrijversschap, ben je opnieuw een gigantische belofte in de Nederlandse literatuur geworden.

Lieve Ilja: ik ben trots op je, ik leer zoveel van je en ik bewonder je. Zeven jaar geleden publiceerden we in Trouw samen een nog altijd zeer actueel ‘Manifest voor een riskante literatuur’. En een van onze tien geboden was toen: ‘Wij verwachten van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.’ Precies daaraan heb jij met ‘Brieven uit Genua’ voldaan. Ik heb na het lezen ervan geen idee hoe het verder moet. Ik weet alleen dat het nooit meer wordt zoals het was. Ik weet dat ik ook niet meer wil dat het wordt zoals het was. Ik wil dat alles wordt zoals het is.

Er is niets zo erg als vergankelijkheid. En er is niets zo mooi als: nu. Al was het maar omdat het zo kort duurt. Net als het lezen van ‘Brieven uit Genua’, dat duurt ook heel kort. Je hebt het zo uit. Want het is schandalig beknopt.

Een compleet mensenleven in 700 pagina’s. Pfff!

Het is véél te dun. Behalve als je het steeds weer opnieuw leest. Dan houdt het nooit meer op. Zoals ook nu nooit ophoudt als je steeds weer nu zegt. Steeds weer opnieuw: nu.

Nu.
Nu.
Nu.

Erik Jan Harmens sprak deze woorden uit tijdens de presentatie van Brieven uit Genua, in boekhandel Scheltema in Amsterdam, op 3 maart 2016.

Gepost op: 2016-03-04 in: boeken

Recente posts

OvG @Twitter

Featured posts